Corina Kappen
.
.
Met BREEAM-NL meet en beoordeelt men integraal de duurzaamheid van nieuwe en bestaande gebouwen. Voor een optimaal eindresultaat is het zaak installatieprofessionals vroeg in het traject bij het project te betrekken.
Meten is weten, moeten ze bij DGBC (Dutch Green Building Council) en TVVL hebben gedacht. Deze instellingen hebben namelijk samen WEii op de markt gebracht: de Werkelijke Energie Intensiteit Indicator. Daarvan is onlangs versie 2.0 verschenen.
Hoewel het personeelstekort sinds vorige jaar maart wel iets is gedaald, is het nog steeds alle hens aan dek om dit tekort op te vullen. Daarnaast is de hele bouwsector erg pessimistisch over de economie, als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de opleving van COVID-19 in China.
Om het hele jaar door over duurzame warmte te beschikken moet je warmte efficiënt en duurzaam opslaan. Op welke manieren kan dat? In een reeks artikelen zetten we warmteopslag in zout, water, ijs en gesteente op een rij. Hieronder het overzicht.
Steen houdt warmte vast. Een baksteen muur blijft na een zonnige dag lang warmte uitstralen. Die warmte nuttig gebruiken, daarover gaat dit laatste deel van de reeks.
Als een wijk wel de benodigde dichtheid heeft voor de aanleg van een warmtenet, maar de energielabels van de aangesloten woningen op C of lager uitkomen, dan is een HT-warmtenet de oplossing. Brononderzoek moet uitwijzen welke bronnen bruikbaar zijn.
Warmte opslaan in ijs ... dat klinkt tegenstrijdig. Toch werkt het. Op de overgangsfase van water naar ijs komt een grote hoeveelheid energie vrij, waarmee je een warmtepomp van warmte kunt voorzien.
Om van overtollige warmte later gebruik te kunnen maken, moet je het opslaan. In deze reeks bespreken we verschillende mogelijkheden. Water is goedkoop en in Nederland volop voorhanden.
Om het hele jaar door over duurzame warmte te beschikken, moet ervoor gezorgd worden dat er een voorraadje achter de hand is. Maar hoe kan dat op de meest efficiënte en duurzame manier? In deze reeks zetten we warmteopslag in zout, water, ijs en gesteente op een rij, te beginnen met zout.
Als de wijkdichtheid en de energielabels aan de vereisten voldoen voor de aanleg van een collectief LT-warmtenet, kan het bronnenonderzoek beginnen. Dat is toe te spitsen op drie mogelijkheden: aquathermie, zonnecollectoren/PVT-panelen of restwarmte. Een combinatie van deze mogelijkheden kan ook, zoals de warmte van oppervlaktewater én restwarmte.